Het dagboek van Pepe en Domie in de Crocodile Trophy

Zelfs frisdrank kookt

Het Nieuwsblad 3 november 2003

De Crocodile Trophy gaat naar zijn ontknoping toe. De Belgen mogen dan al op hun tandvlees zitten, klagen, zagen en aan opgeven denken, ze doen het beter dan het gros van de deelnemers. Ze zijn met Bart Bosmans (9de), Peter Paelinck (12de), Reinhard Desmedt (13de), Dominiek Sacre (16de) en Frans Verbeeck (17de) nog altijd met zijn vijven in koers. Daarmee doen ze even goed als de thuisrijders en beter dan de Nederlanders en de Italianen. Hoewel: het duo Stauder-Bettin geven nog altijd de toon aan.
,,Het moreel ligt niet meer zo hoog", meldt Dominiek Sacre over het Hagelandse Reevax-team, dat bij de eerste 26 eindigt als het een opgave kan voorkomen. Zoveel mountainbikers waren er tijdens het weekeinde nog in koers.
Het relaas van Domie en Pepe is minder enthousiast dan in de beginfase. Maar er is nog altijd een relaas.
• Mt. Mulgrave Station -,,Tijdens de rustdag (een tijdrit van 20 km om de benen even te strekken) stegen de temperaturen weer een stuk boven de 40 graden. Van een rustgevende nacht konje amper spreken. Bij 35 graden drijfnat naar het zeil van je tentje liggen staren.
Maar dat geldt blijkbaar niet voor iedereen. Domie was deze morgen met geen stokken wakker te krijgen. Eenmaal uit zijn viersterrencomplex viel hij bijna over de gigantische wallen onder zijn ogen..."
• ,,Van vallen gesproken: op weg naar Mulgrave plofte Domie al na enkele kilometers in het zand. Ga maar door, riep hij me toe. En geef niet op... Ik was er niet gerust in maar met Reinhard Desmedt en nog enkele ander rijders in zijn buurt,
wist ik dat hij het tot een goed einde zou brengen. De 133 km lange rit was voor niemand een pleziertje. Halverwege steeg de thermometer voor het eerst boven de 50 graden. Als je de frisdrank in je drinkbus in je nek goot, liep je bijna brandwonden op."
• ,,Domie kwam terug. Samen met Reinhard. Er werd in ons groepje gevloekt, gejammerd en nogal wat afgezaagd. lets voorbij halverwege, in een oneindige zandbak, hebben we
ons aan de kant van de weg gezet. Zijn we zeifs beginnen twijfelen of we nog zouden voortdoen. Heeft dit nog zin? vroegen we elkaar. Maar om uit deze hel te geraken, moet je wel voortdoen. Dus stapten we toch weer op de fiets. Zes uur hebben we afgezien. De miserie eindigde niet toen de finish en de Mitchelriver in zicht kwam. We zaten al luidop te denken aan een frisse plons en aan drinken en nog eens drinken, toen de Mitchel vanwege de hitte nog slechts een lauw streepje water bleek te zijn. Ons neergeploft in de schaduw en gedronken. Hoeveel liters kan ik niet bij benadering zeggen."
• Laura - ,,Op weg naar Laura gelukkig geen extreme temperaturen. Slechts 36 graden in de schaduw. Na die bakoven van gisteren voelt het fris aan. Het zorgt voor motivatie. Ook bij onze Gistelse vriend, bakker Reinhold Desmedt. Puffend en krakend bij het begin van de rit en helemaal achteraan, kwam hij plots terug. Wij blij, want als je geen vrienden rond je hebt, is deze Croco eigenlijk de moeite niet waard. Reinhard zette zich op kop. We moesten hem zelfs intomen want Domie voelde zich plots niet meer zo lekker. Zo slap als een vod. Maar we geraakten waar we moesten zijn. Ijs, frisdrank en water
hebben Domie er weer bovenop geholpen."
• ,’s Nachts in mijn tentje droomde ik van water. Van een grote blauwe oceaan. Morgen gaan we op weg naar Cooktown
en daar zien we inderdaad de oceaan terug. Als we er tenminste nog geraken en als de oceaan er nog ligt..."

Groeten en (hopelijk) tot morgen, Pepe