1500KM DOWNUNDER
O2 bikers november 2002




"It's better to live one day as a lion than ten years as a
lamb", zei Anon ooit. Geen idee of de man zich bij het uitspreken
van zoveel wijsheid bewust was van het krankzinnige karakter van
een 12-daagse mountainbike wedstrijd door de Australische outback.
Maar een ding is zeker:
daags na de grootste overwinning op onszelf voelen we ons verduiveld
leeuws. Van de onzekerheid waarmee we 13 dagen geleden aan het avontuur
van ons leven begonnen blijft geen splinter heel, het schaap in
ons is verweesd achtergebleven in de meest rode zandbak op deze
aardbol. Dit is het verhaal van de 8e Crocodile Trophy.
Door Bart Schols - Foto's: www.gepa-pictures.com / Mark Watson
Cairns is een niet onaangenaam stadje in het noordoosten van Australië. Lekkere on-Belgische wintertemperaturen van om en bij de 25 graden, massa's -weliswaar niet zo goedkope- uitstapmogelijkheden en culinair plezier in overvloed. Ideaal dus voor de biker die zich nog een laatste keer wil verwennen vooraleer ie begint aan zijn of haar tocht in het land van de zuivere zelfkastijding. Want als we de verhalen van de voorbije jaren mogen geloven is de Trophy meedogenloos: zwaar parcours, verzengende hitte, erbarmelijke bevoorradingen, gebrekkige voedselvoorzieningen na de etappes en zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan. Indianenverhalen of niet ? We zullen het gauw weten. Het bange schaap in ons is alvast wakker geschud...
Het gaat er de laatste dagen voor de start ontspannen aan toe: verbroederingen bij de vleet, je kan je luxe-appartement -jawel, inbegrepen in het inschrijvingspakket !- niet buitenkomen of rijders "from all over the world" roken de vredespijp, voor de gelegenheid weliswaar gevuld met energietabak. Al is dat van-over-de-hele-wereld misschien toch wat overdreven: ook dit jaar bezetten de Belgen. Oostenrijkers en Nederlanders het gros van de 60 beschikbare -en ingenomen- plaatsen. Toch zijn ook de Australiers dit keer goed vertegenwoordigd. Mag natuurlijk ook wel, een gezonde portie inheemse bikers die ons Europeanen door de outback komt loodsen.
Een relax boeltje dus, al
neemt die ontspannen sfeer neemt mei weg dat er op het laatste moment
nog druk gezocht wordt naar fietsattributen allerhande: CO2-patronen
(verboden op het vliegtuig: je kan er zelfs een airbus mee aan de
grond houden, geloof me) en vooral binnenbanden gaan over de Cairnse
toonbanken als nooit tevoren. De fietsboeren realiseren zich plots
dat het weer die tijd van het jaar is en binnen de kortste keren
is er in de wijde omtrek van de stad geen patroon of binnenband
meer te vinden. Gaan er dan misschien zoveel banden sneuvelen ?
Om die vraag te kunnen beantwoorden moet er natuurlijk gekoerst
worden, dus here we go. En het moet gezegd, de eerste 2 etappes
doen ons wat twijfelen aan de heroïsche verhalen die ons de
voorbije jaren aan de oren zijn gekomen. Positieve hoogtemeters
bij de vleet, spectaculaire en bij momenten verrassend technische
afdalingen: dit is een onvervalste ode aan de mountainbike sport
! Alleen de bij momenten toch wel verschroeiende warmte is zwaar
om dragen, maar verder voelen we ons op het heuvelachtige en met
rotsen bezaaide parcours als euh... slangen in het Australische
steppegras. De 8e en 9e plaats van Peter "Pepe" Paelinck
en mezelf in de eerste etappe kunnen de opgestoken windvlaag van
euforie alleen maar aanwakkeren. En dan hebben we het nog niet eens
over het feit dat we onderweg onze vriend Phil Anderson zijn kwijtgespeeld.
Want wielerlegende of niet, Phil mag van geluk spreken dat ik voldoende
binnenbanden op zak had, anders stond ie op dit ogenblik nog altijd
ergens tussen Mareeba en Irvinebank geparkeerd... In elk geval:
de spirit is er en de benen ook. We zijn er met andere woorden helemaal
klaar voor, voor die Crocodile Trophy.
Hoewel: toch even afwachten wat de volgende dagen zullen brengen, want met een vlotte 500 kilometer op 3 etappes is het tijd voor het echte werk. Gedaan met die kleuterafstanden, de echte mannen en -maak u geen zorgen dames- vrouwen maken zich klaar voor een epische strijd. En aanvankelijk loopt alles opnieuw naar wens: samen met het Reevax-team een tweede keer in de top 10. Kan dit eigenlijk nog fout gaan ? Wel... Ja dus. In de vierde etappe van Greenvale naar Mount Surprise mogen we een eerste keer voelen uit welk hout de Trophy echt gesneden is. Vanaf kilometer 120 wordt het menens. Het licht heuvelende en vlot berijdbare parcours maakt plaats voor ellenlange stroken van gestold lava, de grove en niet ophoudende oneffenheden in de weg maken van de nog resterende kilometers een regelrechte martelgang. Niet echt het geliefkoosde terrein van mijn hardtail Specialized M4, een bedenking die ik me nog vaker zou maken. Want laat er geen twijfel over bestaan: de Crocodile Trophy smeekt om een full suspension, no doubt about it. De enige bedenking die een zinnige biker zich kan maken -die van de betrouwbaarheid gezien de uiterst stoffige condities- zou mij er alvast niet van kunnen weerhouden volgende keer een volgeveerde fiets mee downunder te nemen. Het gebrek aan comfort waarmee een hardtail je -letterlijk- opzadelt betaal je op het einde van de wedstrijd cash, daaraan twijfel ik geen moment. De vierde etappe wordt trouwens gewonnen door onze eigen Bart Bosmans -op een softtail- van het Limburgse Pro Cycling Team, meteen de tweede Belgische ritoverwinning na die van Kris Lapere in rit 2. De tegenstand had nochtans beter moeten weten: Bosmans was de avond voordien in de lokale pub gesignaleerd met een respectabel aantal lege bierflesjes. En dan is ie altijd levensgevaarlijk...
Een ding is duidelijk: de
echte Crocodile Trophy is nu pas begonnen. En toch zijn de beruchte
corrugations, de zware en dwars over de weg lopende oneffenheden,
de revue nog altijd maar met mondjesmaat gepasseerd. We herinneren
ons plotseling weer die verhalen van voor de eerste etappe die we
in al onze euforie naar de donkerste kamers van ons bewustzijn hebben
verwezen... Hoewel: geen slecht woord over de organisatie: perfecte
met Oostenrijkse en andere schonen uitgeruste bevoorradingen -met
daarnaast een ruime voldoende aan energy bars, vers fruit en (sport)drank-,
een onberispelijke bewegwijzering en vooral: uiterst genietbare
maaltijden na afloop van elke rit. Als we de anciens mogen geloven
is het ooit anders geweest...
De vervroegde rustdag in Chillagoe op dag zes komt als geroepen:
de drie monsteretappes hebben hun doel niet gemist, heel wat rijders
zijn aan het (voorlopige ?) einde van hun krachten. Tijd voor het
doorworstelen van enkele kilo's wasgoed en voor het beloofde contact
met de buitenwereld. Al loopt dat laatste niet van een leien dakje:
de Reevax-collega's kunnen niet anders dan een publieke telefooncel
volledig ontmantelen om hun laptop cyberland binnen te leiden. Moderne
communicatiemiddelen zijn hoegenaamd geen evidentie in de outback...
Wanneer het circus zich 's maandags terug op gang trekt is het "opnieuw-er-tegenaan-idee" alomtegenwoordig. Maar al even duidelijk mist dat idee bij de meesten de nodige overtuiging. Vooral de gedachte aan wat nog komen moet maakt deze Crocodile Trophy mentaal verschrikkelijk zwaar om dragen. Voor de Nederlander Jaap Viergever liggen de zaken wat anders. Tegen hem lijkt ook dit jaar geen kruid gewassen. Viergever en niemand anders dicteert de wet in de leidersgroep, ze hadden hem even goed Jaap-Lance kunnen noemen. Kris Lapere probeert wel en toont ook zijn enorme progressie in vergelijking met vorig jaar. maar de Nederlander bedreigen zit er vooralsnog niet in. Het is in eerste instantie de etappe van Mount Mulgrave -waar een verfrissende finish in de Mitchell River daags voordien voor de nodige afkoeling heeft gezorgd- naar Laura die de deelnemers vooraf het nodige angstzweet bezorgt. Stoere verhalen over meer dan 12 uur durende lijdenswegen doemen weer op, je zou de dingen voor minder somber gaan inzien. Uiteindelijk blijkt het allemaal nog net doenbaar, al zullen de zware corrugations en de bijhorende danspartijen over de ganse breedte van de weg vermoedelijk nog wel even in het achterhoofd blijven hangen. De rit wordt een festival van misplaatste fietssamba's. Ik ben nochtans allesbehalve in een dance-mood: door een wat late bevoorrading en het daaruit voortvloeiende gebrek aan water maak ik hoogst onaangenaam kennis met die rare man met de hamer. Het is dan ook weer broeierig warm vandaag...
Aangekomen in Laura leeft vooral de gedachte dat er alweer een lijdensdag voorbij is. Nog vier te gaan - de 40 kilometer lange slotetappe in Kuranda tellen we dan al lang niet meer mee... Maar niet alleen de zware etappes stellen lichaam en geest op de proef. Wanneer ik een dag later op weg naar Kalpowar Station m'n 8e lekke band te verwerken krijg is de Australische brousse heel even te klein. Het wordt zelfs nog wat zieliger wanneer even later ook de -nochtans XTR- achterderailleur de geest geeft. Zelfs de meest heldhaftige wilde zwijnen kiezen zeer wijselijk het zwijnenpad bij de gedwongen confrontatie met zoveel Belgische razernij. Ook dit is de Crocodile Trophy. Van mechanische drama's heeft Mieke Deroo weinig last. Al kunnen haar vrouwelijke tegenstanders dat gegeven maar moeilijk inroepen: Deroo is opnieuw een klasse te sterk voor haar compagnons. Ze wint de ene rit na de andere, geen zinnig mens die eraan twijfelt dat zij en niemand anders ook dit jaar in Kuranda op het hoogste schavotje zal staan.
De negende etappe van Kalpowar Station naar Munburra wordt door de organisatie triomfantelijk aangekondigd als "very sandy and very very hard". De fantastische grapjassen die zich luidop afvragen "of ze nu een zanderige dan wel een harde ondergrond onder de wielen geschoven zullen krijgen" zien hun geintjes al vlug verdwijnen in vermoedelijk een van de grootste zandbakken die Australië rijk is. Hadden we onze vormpjes bijgehad, we hadden er ongetwijfeld lustig op los gespeeld, van fietsen is immers geen sprake. Kilometers lang 4 a 5 per uur op de teller, mentaal wordt het nu allemaal bijzonder zwaar. Is zo'n zandparcours dan niet het uitgelezen terrein van de rijders uit de lage landen ? Blijkbaar is Nederland vandaag het lage land bij uitstek: de Nederlanders tonen zich oppermachtig en rijden alle tegenstand op een hoopje. Met ons Belgen loopt het allemaal wat moeizamer. Fiets op, fiets af, ondertussen twijfelend over de enige te maken keuze van de dag: ploegwerk door het loodzware zand, woekerend met de krachten, of een sprongetje zijwaarts maken richting brousse met het risico op een nieuwe lekke band of een confrontatie met dat onrustig geworden wilde zwijn van daarstraks. Dit is de Crocodile Trophy in z'n zuiverste vorm, geen twijfel mogelijk. Ik heb maar liefst 8 uur en 45 minuten -en een nieuw zadel- nodig om de 144-kilometer lange helletocht succesvol af te ronden. Maar de echte winnaars van de dag bengelen helemaal achteraan het pak. Maar liefst elf rijders finishen in volledige duisternis, de laatste deelnemer heeft niet minder dan 13 uur en 37 minuten nodig om zich volledig uitgeput over de aankomstlijn te gooien, het is dan precies 21u45. Dit ruikt naar waanzin. Alleen de benen krijgen nu nog spreekrecht, wie de grijze cellen aan het woord laat is een vogel voor de kat... De band met de mountainbike sport is mij wat onduidelijk geworden, maar zoals organisator Schonbacher opmerkt: "Je moet je titel van zwaarste mountainbike race ter wereld toch ergens verdienen ?"
Na Munburra - waar de sanitaire
voorzieningen zich beperken tot enkele plaatselijke waterpoelen,
al dan niet inclusief krokodil - trekken we opnieuw richting beschaving.
Het besef dat we met nog even door te bijten ons doel meer dan waarschijnlijk
zullen bereiken groeit met de seconde, het dagelijkse aftellen verdwijnt
stilaan naar de achtergrond. De aankomst in Cooktown met uitzicht
over de azuurblauwe oceaanwateren is wondermooi, de laatste "echte"
etappe van Cooktown naar Daintree over de fameuze Creb-track om
van te snoepen. Tweeduizend positieve hoogtemeters op 140 kilometer
laten ons opnieuw proeven van waar het in de mountainbike sport
allemaal om draait. Want het moet gezegd: dat waren we -samen met
de organisatoren ?- de laatste dagen toch wel wat uit het oog verloren...
De slotetappe in Kuranda is een maat voor niets, net als het "gala-diner"
diezelfde avond in Cairns-city. De strijd is gestreden, het leed
geleden. We keren met opgeheven hoofd en als leeuwen terug naar
België na een confrontatie met onszelf die we niet onmiddellijk
opnieuw hoeven mee te maken. Ook wij kunnen nu zeggen: we did it...