Gisteren kampeerden we aan de voet van de Drakensberg mountains en dat kan maar 1 ding betekenen: vandaag moeten we erop en erover. 93 km, net geen 2000 hoogtemeters en 3 lange klimmen zijn de statistieken van de dag. Bovendien is het gisterenavond zachtjes beginnen regenen, en is het pas in de vroege ochtend gestopt. De lucht zit vanmorgen echter potdicht met donkere wolken, en de Drakensberg mountains hebben zich in een dichte mist verstopt. De lokale weerberichten voorspellen dat de ongenadigde zon en de wind de wolken zal verdrijven. Later zal blijken dat de weervoorspellers gelijk hadden.
Onder een donkergrijze, dreigende lucht verlaten we Glengarry en zetten we koers richting bergen. De brede gravelweg begint meteen te klimmen zodat we snel opgewarmd zijn. Verrassend genoeg blijft de kopgroep lange tijd in zicht, blijkbaar beginnen de snelle jongens rustig aan de opdracht van vandaag. We laten ons evenmin vangen, en rijden ons eigen tempo, de dag is nog lang. Ongeveer 32 kilometer lang gaat het steeds op en af, maar met meer op dan af komen we geleidelijk aan hoger en hoger. De uitzichten worden steeds spectaculairder en de lichtspelingen van de zon die af en toe gaten brandt in het donkere wolkendek zorgen voor speciale effecten in het landschap. De eerste lange klim dient zich aan: 5 km lang naar de top van Snowtop mountain. Maar eerst een kort pomp intermezzo aan de voet van de klim. Al enkele dagen verliest mijn achterband ‘s nachts lucht, maar vanmorgen stond die helemaal plat. Een binnenband monteren doen we liever niet aangezien we de afgelopen dagen ongetwijfeld tientallen doornen en andere tandenstokers tegengekomen zijn. Even bijpompen dus. Met frisse lucht in de band en over supergave gravel is de klim in no time onder wielen en komen we bij de eerste bevoorrading op de top van Snowtop mountain, met 1864m het hoogste punt van deze joBerg2c. Vandaag echter geen sneeuw, maar ondertussen een stralende zon tegen een koningsblauwe hemel. Het fantastische uitzicht over de omliggende toppen laten ons geen andere keus dan even achterom te kijken en van het schitterende landschap te genieten.
12km en een supersnelle afdaling later, die in elke bocht alweer spectaculaire uitzichten oplevert, zijn we terug naar af, namelijk helemaal in de vallei van de Umkomaas rivier. Zoals gisteren tijdens de briefing aangekondigd moeten we de Umkomaas oversteken, en heeft farmer Gary een “invisible” brug voorzien. Met de bike op rug doorwaden we de 10m brede, kniediepe en lekker verfrissende Umkomaas, om op de andere oever onmiddelijk aan de Valley of Death te beginnen. Deze brutale, 8km lange technische klim brengt ons weer helemaal naar de top van de volgende bergrug. De ondergrond bestaat uit rotsblokken en losse stenen, en het is hard werken om de juiste balans tussen grip, ontploffende benen en stilvallen te vinden en te houden. Teveel kracht en de losse stenen schieten onder de achterband weg, te weinig en je krijgt de pedalen niet rondgedraaid. Ruim 40 minuten staan de spieren onder volle spanning en balanceren we op deze slappe koord, steeds met een 360 graden postkaart-uitzicht rondom ons. Jongens, wat worden we vandaag verwend met prachtige vergezichten!
Een frisse dennegeur, zoals enkel een dennebos kan ruiken na een regenbui in de zomer, waait ons tegemoet, en even later rijden we enkele kilometers langs de bergflank tussen de dennenbomen, vooraleer we aan de echte afdaling beginnen. Vorig jaar werd deze afdaling “Face plantation” singletrack gedoopt. De afdaling bestaat uit hopen losse rotsblokken en stenen, is op vele plaatsen uitgespoeld en heeft regelmatig waterafvoerkanaaltjes die ervoor moeten zorgen dat de trail niet wegspoeld. Dergelijke waterkanalen zijn dikwijls ideale jumps, waar je makkelijk enkele meters ver vliegt. Tijdens de briefing werd er op gehamerd om te vertragen en vooral niet te jumpen. Tijdens de vorige editie heeft iemand dat, ondanks de vele waarschuwingen, toch geprobeerd, waarbij de afstand tussen de jumps ideaal is om met met je voorwiel net in de volgende jump te landen, met een geweldige neuslanding tot gevolg. En face plantation was geboren. Als we de trail te zien krijgen, kunnen we ons al voorstellen hoe pijnlijk dat geweest moet zijn, en we nemen dan ook geen risico’s en houden materiaal en en onze neus in 1 stuk.
Zonder verpozen krijgen we de laatste klim voor de wielen gegooid. Eerst gravel, dan jeep track, afgewisseld met stukjes singletrack. De klim gaat trapsgewijze omhoog, steeds een 50-100m heel steil stuk, om dan enkele honderden meter af te vlakken, zodat je terug op adem kan komen. De klim wordt toepasselijk “Rideable Unrideable” genoemd, aangezijn de steile stukken door velen te voet gedaan worden. Pepe en ik slagen er echter in om steeds naar boven te rijden. Het laatste steile stuk is gemarkeerd met de Continental vlaggen van de Continental traction control. Hier zouden in de afgelopen edities slechts 4 rijders zonder afstappen boven geraakt zijn, en dus wagen wij ook een poging. Wiel in wiel, met Pepe op kop, werken we ons langzaam naar boven. Met de camera van de professionele video crew op onze neus hebben we een extra motivatie. Mijn hartslag bonst alsof het elke moment uit mijn borstkas gaat springen zoals de Aliens in de gelijknamige film, de ademhaling slaat geregeld een keertje uitademen over. Nog 20 meter. De spieren kraken alsof ze elk moment uit mekaar gaan vliegen terwijl de achterband steeds weer naar grip op de losse ondergrond zoekt. Nog 10 meter. Pepe stuurt zijn bike behoedzaam door een gleufje in een trap van 30 cm hoog, het belangrijkste obstakel dat ons scheidt van de top. Ikzelf balanceer op het smalle paadje tussen 2 uitgespoelde gleuven. Nog 5 meter. Pepe heeft het, onder luid gejuich van de andere rijders, tot de top gehaald. Ik wordt evenzeer luid aangemoedigd, maar net op het meest kritische moment, als ik wil aanzetten voor het laatste trapje, verliest mijn achterwiel het gevecht met het losse grind en moet ik voet aan de grond zetten. Toemme toch.
Er resten ons nog 7 km, voornamelijk bergaf, tot de finish aan Kenmo Lake, een schitterend prive-domein in the middle of nowhere aan de zuidflank van de Drakensberg mountains. Ook de organisatie heeft moeten koersen vandaag met enkele honderden kilometer omweg door de Drakensberg mountains, want de vrachtwagens met onze sporttassen en matrassen zijn nog maar net toegekomen als we na 4u50 op een 19de plaats de finishlijn op de dam van Kenmo Lake kruisen. Bij het afronden van dit verslagje ligt het meertje rustig te blinken in de ondergaande zon temidden van perfect groene gazonnetjes en aangelegde loofboomplantages die tijdens de heetste namiddaguurtjes voor welgekome schaduw zorgen. Met dit pittoreske plaatje op de achtergrond, wensen we jullie slaapwel, en tot morgen !
Kroki








Helaba jongens!
Leuk om te zien dat jullie zich uitsloven voor tien man.
Kunnen wij dan in de zetel zitten en genieten van jullie avontuur!
Ook schitterende foto’s by the way.
Doe zo verder dit jaar!
Groetjes, papa Alain